Politieke eisen van de Klimaatcoalitie
Verander het beleid, niet het klimaat!
Als we niet snel en doortastend ingrijpen, zadelen we onze kinderen op met een klimaatschuld die nog zwaarder zal wegen dan de nationale schuldenlast van de huidige crisis. De huidge crisis is niet enkel een financiële en economische crisis. Het is een allesomvattende crisis die globale antwoorden vraagt. De rijke landen zijn onmiskenbaar verantwoordelijk voor de klimaatcrisis. Het is dan ook onze plicht om oplossingen te initiëren die het tij doen keren. We moeten kiezen voor een ander ontwikkelingsmodel, gebaseerd op duurzame productie en consumptie en voor een rechtvaardig ontwikkelingsmodel dat de armoede in de wereld aanpakt. Werelwijd moeten we resoluut kiezen voor een sociaal rechtvaardige overgang naar een koolstofarme en grondstofarme economie, zoals in Cancun werd vooropgesteld. De klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Durban moet een belangrijke stap zijn naar een dergelijke transitie. Want de toekomst van werknemers wereldwijd staat op het spel.
Een van de basisvereisten voor deze transitie naar een duurzame samenleving zal een ambitieus en sociaal rechtvaardig, internationaal klimaatakkoord zijn.Als we de meest ingrijpende gevolgen van de klimaatverandering willen keren, moet dat akkoord uiterlijk in 2015 van kracht zijn.
In afwachting van dit akkoord moet het Kyoto-protocol, dat eind 2012 afloopt, worden verlengd. Het Kyoto-protocol is het enige instrument met bindende afspraken over uitstootvermindering van broeikasgassen voor de geïndustrialiseerde landen. In Durban moet de Europese Unie alles in het werk stellen om te voorkomen dat dit protocol uit elkaar valt.
Voor een rechtvaardige aanpak, moeten de industrielanden streven naar een uitstootvermindering die die de ramingen van de bovenste eind van de vork van het IPCC benadert: namelijk een vemindering van 40% in 2020 ten opzichte van de uitstoot in 1990. Deze reductiedoelstelling is een basisvoorwaarde om de overgang naar een groene economie aan te kunnen vatten.
Sociale rechtvaardigheid betekent ook dat de geïndustrialiseerde landen de adapatatie aan de klimaatverandering, het behoud van bossen en overgang naar een duurzame en koolstofarme economie in het Zuiden mee financieren. Europa en België moeten zich engageren om vanaf 2013 jaarlijks respectievelijk 35 miljard en 1 miljard te voorzien voor adaptatie en mitigatie in ontwikkelingslanden. Het moet gaan om additionele, publieke fondsen bovenop de huidige fondsen voor ontwikkelingssamenwerking. Overheden zullen hiervoor op zoek moeten gaan naar nieuwe financieringsbronnen, zoals een belasting op financiële transacties. Op de korte termijn moet België het engagement nakomen dat in Kopenhagen werd aangegaan om 150 miljoen euro te voorzien tegen eind 2012. Eén jaar voor de einddatum zijn slechts 2 miljoen euros aan additionele middelen overgemaakt.
Onze beleidsmakers moeten op de conferentie in Durban absoluut aanzienlijke stappen vooruit zetten op deze diverse vlakken. Hoe langer we wachten met de aanpak van de klimaatcrisis, hoe hoger de klimaatrekening oploopt. De Britse econoom Nicholas Stern schat dat de kosten kunnen oploppen op van 5 tot 20% van ons bruto nationaal product als we niet ingrijpen. Ter vergelijking: de kosten om deze crisis te voorkomen zouden slechts 1% van ons BNP bedragen.
Het is nog niet te laat om in actie te schieten.Of laten we de het Zuiden en de toekomstige.generaties opdraaien voor de rekening van de klimaatverandering?
Hoog tijd om keuzes te maken.
Gepost op 29/11/2011 13:19
| Tweet |
