Geef je mening over het nationaal energie- en klimaatplan

Wat is het Nationaal Energie- en Klimaatplan en waar staan we?

Tegen eind 2019 moet België de definitieve versie van het Nationaal Energie- en Klimaatplan voor 2021-2030 indienen bij de Europese Unie. Het Nationaal Energie en Klimaat Plan (hierna NEKP) vormt het nieuwe kader waarbinnen de lidstaten van de Europese Unie op een geïntegreerde manier hun doelstellingen, beleid en maatregelen inzake klimaat en energie moeten plannen om de doelstellingen van de Europese Unie te bereiken. De nationale plannen van alle lidstaten dragen samen bij tot de Europese bijdrage aan het Akkoord van Parijs, ook wel National Determined Contribution genoemd.

In 2018 stelden de Vlaamse, Waalse, Brusselse en federale overheden elk een eigen plan op, die werden samengevoegd en gevalideerd in december 2018. Deze eerste versie werd ingediend bij de Europese Commissie, die haar advies zeer binnenkort zal geven. Parallel hiermee is er een publieksconsultatie voorzien, zodat de verschillende betrokken partijen en het middenveld hun mening kunnen geven over het voorstel van het NEKP. In de huidige klimaat- en sociale crisis, is het van het grootste belang dat onze regeringen hun verantwoordelijkheid nemen en een robuust plan aannemen, die concrete maatregelen bevat en een sociaal rechtvaardige transitie mogelijk maakt. 

Een publieksconsultatie om het NEKP ambitieuzer te maken?

België is net als alle andere lidstaten van de Europese Unie verplicht om een publieksconsultatie te organiseren over plannen die men moet indienen bij de Commissie. Deze etappe is fundamenteel opdat alle burgers hun advies kunnen geven en het NEKP terug op het spoor van ambitie en klimaatactie te zetten. Het is inderdaad wel zo dat het huidige ontwerp niet aan de verwachtingen voldoet: niet ambitieus genoeg, weinig referenties aan de rechtvaardige transitie, geen enkele systemische benadering, geen lange termijnvisie, een totaal gebrek aan integratie van de gewestelijke en federale plannen, … Meerdere belangrijke elementen tonen dus nog gebreken om te garanderen dat ons land er op een rechtvaardige manier toe bijdraagt om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C.

Bron: https://www.klimaatpanel.be/laravel-filemanager/files/shares/klimaatpane...

Een publieksconsultatie, echte burgerparticipatie?

Hoewel deze publieksconsultatie een goed initiatief is, heeft ze een beperkt bereik en geeft ze de burger niet echt de mogelijkheid om zijn/haar mening te geven over de actuele plannen. De 27 meerkeuzevragen zijn voornamelijk gericht op individidueel gedrag en niet op de politieke maatregelen die men moet nemen om het NEKP te versterken. Bovendien probeert men in de vragenlijst nergens de precieze technische aspecten van de verschillende plannen uit te diepen en laat het ook niet toe om obstakels en lacunes aan te kaarten.  

De Klimaatcoalitie vindt deze vorm van participatie ruim onvoldoende voor zo een belangrijke kwestie als het klimaatbeleid van de volgende 10 jaar. Toch raden we aan om deel te nemen aan deze consultatie. Het open kader aan het einde van de vragenlijst en de mogelijkheid om een brief te sturen naar de administraties (federaal, Wallonië, Brussel, Vlaanderen) biedt de mogelijkheid om het plan rechtstreeks te becommentariëren en de grootste pijnpunten aan te kaarten.

Hoe lang loopt de consultatie? Wat kan ik doen?

De publieksconsultatie loopt van 4 juni tot 15 juli 2019. Iedereen kan ertoe bijdragen via http://www.nationaalenergieklimaatplan.be/. Je hoeft alleen een e-mailadres te hebben. Burgers kunnen op twee manieren deelnemen:

  • Per e-mail commentaar sturen over de verschillende plannen van de Belgische overheden, die zullen bestudeerd worden door de administraties.
  • Antwoorden op de vragenlijst met meerkeuzevragen en de voorziene ruimte van 3000 tekens invullen op het einde.

De Klimaatcoalitie doet geen voorstellen over de antwoorden op de meerkeuzevragen, want deze hebben geen betrekking op de evaluatie van het NEKP en lijken ons zwak in dit stadium van het proces. Daarentegen stellen wij hieronder een tekst voor om per e-mail naar de verschillende administraties te sturen, of  te gebruiken in het open kader voor 3000 woorden op het einde van de vragenlijst. Op het einde van de voorgestelde tekst hieronder, vind je meerdere linken die je toegang geven tot verschillende diepgaande analyses van leden van de Klimaatcoalitie.

Opmerking: met betrekking tot het Plan wallon Air Climat Énergie 2030 is er een complementaire consultatie voorzien, met een wettelijke publieksenquête (van 29 mei tot 12 juli 2019). De procedure en documenten (planontwerp, rapport over milieu-implicaties) zijn beschikbaar via volgende website: http://www.awac.be/index.php/thematiques/politiques-actions/plan-pace#de....

Onderstaande aanbevelingen kunnen ook in dit kader gebruikt worden, in het bijzonder deze die betrekking hebben op de Waalse bevoegdheden.

 

Antwoordtekst voorgesteld door de Klimaatcoalitie

Het ontwerp voor een Nationaal Energie en Klimaat Plan maakt het niet mogelijk om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te respecteren en een rechtvaardige transitie te bewerkstelligen naar een koolstofarme samenleving voor 2050. Een diepgaande herziening van het ontwerp van het NEKP tegen 2019 is onontbeerlijk om antwoord te bieden aan de klimaatcrisis en de Belgische verplichtingen in het kader van het Akkoord van Parijs. Het NEKP en haar onderdelen zouden op zijn minst moeten mogelijk maken de doelstellingen samen te vatten, een transversaal zicht te hebben op de uitgevoerde maatregelen en de uitvoeringskalender. Het zou ook een werkelijke evaluatietool moeten worden voor de uitvoering van het klimaatbeleid, ten opzichte van de vooropgestelde doelstellingen.

 

1. Algemene opmerkingen

  • De ambitie verhogen: om te handelen volgens het Akkoord van Parijs moet het NEKP in lijn komen te staan met de Europese doelstelling van minimum -55% emissiereductie voor 2030 en koolstofneutraliteit ruim voor 2050. Een temperatuurstijging door een te lage ambitie zal belangrijke gevolgen hebben voor onze samenlevingen, in het bijzonder voor bevolkingsgroepen in het Zuiden die in kwetsbare gebieden leven, de mensenrechten schenden en een bedreiging vormen voor het behalen van de Sustainable Development Goals. Daarenboven moet het NEKP een sterke vermindering van de energieconsumptie en 100% hernieuwbare energie tegen 2050 beogen. De verhoging van de ambitie en een sterker klimaatbeleid moeten absoluut het principe van sociale rechtvaardigheid respecteren en een rechtvaardige transitie bewerkstelligen die bijdraagt aan de meest precaire mensen. De decarbonificatie moet vooral plaatsvinden op het huishoudelijke niveau, zoals gevraagd door het geheel van de Belgische parlementairen met een een minimale of zelfs onbestaande transfer en compensatie van emissies naar andere landen of landen met een zwak bestuur. Dit is trouwens wat beoogd wordt door staten zoals het Verenigd Koninkrijk, die compensatie van emissies buiten de Europese grenzen uitsluit.
  • Een politieke visie vastleggen op korte en lange termijn die gemeenschappelijk en geïntegreerd is: het actuele NKEP is een compilatie van het federale en de regionale plannen, zonder onderlinge verbanden noch samenwerking en gemeenschappelijke visie op lange termijn. Dit tekort aan coördinatie en overleg uit zich namelijk in incoherentie en herhalingen binnen en tussen de plannen. Tegelijkertijd ontbreekt het België aan een heldere lange termijnvisie voor 2050. Het is essentieel dat maatregelen die een impact zullen hebben voor 2050 nu al getroffen worden, terwijl het huidige NKEP 2030 met geen woord rept over de strategie en de concrete uitvoering van een lange termijnstrategie.
  • Een systemische visie hanteren: een koolstofneutrale samenleving vereist veranderingen in onze economie en van ons gedrag, die niet in het actuele NKEP opgenomen zijn. Het document is een compilatie van individuele maatregelen en maatregelen die vanuit aparte denkkaders geconcipieerd worden, in lijn met de voortzetting van bestaand beleid, die geen strategische reflectie op korte of lange termijn bevat over de transformatie van onze economie, onze mobiliteit, ons stedelijk weefsel, grondgebruik of handelsrelaties en ontwikkelingssamenwerking met ontwikkelingslanden (geen holistische visie noch sterke maatregelen om het huidige model om te vormen).
  • Concrete maatregelen nemen die gepland en gebudgetteerd zijn in de tijd. Enerzijds is het primordiaal om beleid te stoppen dat de klimaatcrisis erger maakt, zoals beleid dat de structurele afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengt en de overconsumptie. Anderzijds moet men de ontwikkeling van goede praktijken en duurzame oplossingen stimuleren. Momenteel heeft men geen enkele prioriteit noch kwantificering van de verschillende maatregelen opgesteld. Dit schaaltekort maakt dat men het plan niet op voorhand noch achteraf kan evalueren.
  • Een eerlijk klimaatbeleid voeren dat coherent is met de ontwikkelingsdoelstellingen, op globale schaal het verschil maakt en confirm is met internationale afspraken inzake mensenrechten en gendergelijkheid. Dit zou op vier niveau’s moeten gebeuren:
    • Speciale vermelding maken van de preambule van het Akkoord van Parijs, en met name de verwijzing naar de mensenrechten en de Sustainable Development Goals in het inleidende deel van het Plan.
    • De dimensie van “rechtvaardige transitie” invoegen, en ook de Noord-Zuiddimensie, in de sectie 5 “evaluatie van de impact van de voorziene maatregelen en beleid” zoals opgesteld in het model van de Europese Unie in Annex I van het Reglement over bestuur.
    • Een comparatieve annex invoegen van de maatregelen van het klimaatplan ten aanzien van de Sustainable Development Goals, inclusief de gevolgen op internationaal niveau. Hieromtrent zie het gehanteerde model in het Nationaal Energie- en Klimaatplan van Spanje (Annex E). Het beleid en de maatregelen aanpassen aan de resultaten van de evaluatie.

 

2. Opmerkingen ten aanzien van de maatregelen

Transversale maatregelen

  • Ten aanzien van het Waals Parlement een klimaattest invoeren, die de impact beoordeelt van elke relevante politieke beslissing in het licht van de internationale en nationale klimaatdoelstellingen.
  • De capaciteit van alle administraties versterken die betrokken zijn bij de uitvoering van het klimaatbeleid, waarvan de takenlijst steeds langer wordt en waarvan sommige onderbezet zijn.
  • Op Belgisch niveau een sociaal rechtvaardige koolstofheffing invoeren, volgens het principe van de vervuiler betaalt, om het gebruik van fossiele brandstoffen te ontmoedigen. Dit vergt het behoud of zelfs de versterking van eendoeltreffende sociale zekerheid, om situaties van sociale ongelijkheid te voorkomen en te beperken. De koolstofbijdrage zal moeten worden ingevoerd parallel en complementair aan andere, vooral regelgevende maatregelen, om de sectoren van het vervoer en de bouw te verduurzamen en daarbij zullen kwetsbare groepen ondersteuning moeten krijgen bij die duurzame transitie, zodat hun situatie verbetert. De opbrengst vandie belasting zal moetenworden gebruikt om de transitie, de verlaging van de personenbelasting op de eerste inkomensgroepenen de internationalesolidariteit te financieren.
  • Het Genderactieplan uitvoeren dat werd opgesteld tijdens de COP23 in Bonn. Dit betekent onder andere maatregelen nemen voor genderevenwicht binnen de structuren voor besluitvorming. 
  • Een beleid tot desinvestering van publieke en private middelen uit fossiele brandstoffen ontwikkelen of versterken en daar ook de sectoren en procedés bij betrekken die structureel koolstof produceren of afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Rapporteer regelmatig en op transparante wijze over de publieke financieringsstromen. Noteer dat sommige sectoren, in het licht van een rechtvaardige transitie,zullen achteruitgaanen voorzie de nodige maatregelen voor ondersteuning en reconversie.

Energie

  • De ontwikkeling van hernieuwbare energie die in het kader van het NEKP voorzien is voor België, ofwel 18,3% van de finale bruto energieconsumptie in 2030 komt niet overeen met de Europese doelstelling  (minimum 32 % hernieuwbare energie 2030). Het cijfer van 18,3% is namelijk, zoals aangetoond door een studie van het Federaal Planbureau*, de Belgische interpretatie van een Europese doelstelling van 27% hernieuwbare energie in 2030, een doelstelling die vandaag niet meer gehanteerd wordt. De versterking van de Europese doelstelling hernieuwbaar (27 à 32 %) met zicht op 2030 impliceert, om coherent te zijn, een verhoging van de hernieuwbare energie die men in België moet produceren.
  • Daarnaast, geven de richtlijnen “Energie-efficiëntie” en “Hernieuwbare energie” (recent gestemd door het Europees Parlement) die de Europese doelstellingen van 32,5 % energie-efficiëntie en van 32 % hernieuwbare energie tegen 2030 vastleggen, een expliciet mandaat** om beide doelstellingen te verhogen tegen 2023 (overeenkomstig het mechanisme voor ambitieverhoging voorzien door het Akkoord van Parijs). Dit impliceert het instellen van een evaluatiemechanisme en de herziening van het NEKP.
  • Een interfederale energievisie bepalen met een traject dat België ertoe leidt zijn energieverbruik te verminderen en te streven naar 100% duurzame energie in 2050. De elektriciteitssector zou ruim voor 2050 voor 100% hernieuwbaar moeten zijn, met een doelstelling van minstens 58% hernieuwbare elektriciteit tegen 2030. Dit moet leiden tot een coherent plan voor rationeel energieverbruik (zuinigheid) en energie-efficiëntie, om verspilling en situaties van overconsumptie te beperken, en ook tot een snelle ontwikkeling van hernieuwbare energie.
  • De doelstelling om biobrandstoffen te incorporeren in 2030 sterk verzwakken en het gebruik van biobrandstoffen afkomstig uit voeding annuleren vanaf 2021  (de nieuwe Europese wetgeving maakt het mogelijk om ervan af te stappen) om de vele negatieve gevolgen van deze biobrandstoffen te vermijden. Daarentegen moet men een voorzichtige aanpak hanteren met betrekking tot zogezegde “geavanceerde” biobrandstoffen, want hun beschikbaarheid en impact moeten beter geobjectiveerd worden. De gewesten moeten hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden ondergaan inzake transport door resoluut te kiezen voor de reductie van luchtvaart- en autoverkeer en de ontwikkeling van alternatieven (publiek transport, zachte mobiliteit, autodelen, etc.).

*Zie D. Devogelaer et D. Gusbin, Insights in a clean energy future for Belgium – Impact assessment of the 2030 Climate & Energy Framework, mai 2018, p. 9.

** http://europa.eu/rapid/press-release_IP-18-6383_en.htm

Mobiliteit en ruimtelijke ordening

  • Een coherent mobiliteitsbeleid ontwikkelen in overleg tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus, vooral door middel van een interfederale mobiliteitsvisie die duidelijk het systeem van koolstofvrij vervoer voor de toekomst en de verschillende te bereiken stappen (in 2030 en 2040) beschrijft met betrekking tot de vermindering van de vraag, het aandeel van de verschillende vervoersmodi en technologische keuzes. Door een duidelijk uitdoofscenario van auto’s op benzine en diesel zal het mogelijk zijn om de verkoop ervan uiterlijk in 2030 stop te zetten.
  • Een einde maken aan de versnippering van woongebieden, het ruimtebeslag en de ontwikkeling van wegen- en luchthaveninfrastructuur die leiden tot grotere transportvolumes.
  • Via alle bevoegdheidsniveaus voor het hele Belgische grondgebied zorgen voor een daadkrachtig beleid voor de ontwikkeling van de actieve vervoersvormen (wandelen, fietsen, micromobiliteit, enz.), in het bijzonder via de financiering en de aanleg van veilige fiets-en wandelinfrastructuur en-wegen en een evenwichtiger inrichting van de openbare ruimte ten gunste van die actieve vervoersmodi.
  • Hoogwaardig openbaar vervoer ontwikkelen en erin investeren, met respect voor het milieu en georganiseerd rond multimodale knooppunten die toegang bieden tot geïntegreerd gedeeld vervoer (nieuwe mobiliteitsdiensten), met in de stad een dicht netwerk van openbaar vervoer aan de oppervlakte dat bijzondere aandacht schenkt aan propere lucht.

Gebouwen

  • Maatregelen treffen om regionale renovatiestrategieën uit te voeren en te financieren (verplichte energieprestatienorm, woningpas, premies, renovatieprogramma’s, enz.), om meteen het tempo van de renovaties op te drijven en tegen 2050 klimaatneutraal te bouwen, zowel voor de residentiële als de tertiaire sector.
  • Een einde maken aan de energiearmoede door steun te bieden bij de investeringen die nodig zijn voor een doeltreffende renovatie van de woningen van gezinnen in kansarmoede en door hen te ondersteunen.

Industrie

  • De bedrijven en diensten organiseren en verplichten om plannen te ontwikkelen voor de transitie naar netto nuluitstoot aangepast aan de betrokken sector/onderneming met een tijdschema conform de klimaatambities en een bijbehorende investeringskalender.
  • Die transitie moet de betrokkenheid van de vakbonden en andere middenveldorganisaties garanderen, om te komen tot een sociaal rechtvaardige transitie voor alle betrokken werkne(e)m(st)ers.

Consumptie

  • Net als voor tabak, reclame verbieden voor goederen of diensten die sterk bijdragen aan de klimaatopwarming en aan de verwoesting van de aarde, bijvoorbeeld auto’s die meer dan 120 g/km uitstoten en vliegreizen.
  • De verkoop van de minst energie-efficiënte nieuwe producten in het productaanbod (bijvoorbeeld koelkasten met een energielabel lager dan B) verbieden door de minimaal vereiste productnormen te verstrengen. Verhoog de wettelijk verplichte garantietermijn om te bevorderen dat duurzamer producten te koop worden aangeboden.
  • Financiële drempels voor duurzame consumptie wegwerken en het aanbod richting duurzame producten en diensten sturen, zodat je sociale achtergrond niet bepaalt hoe duurzaam je kan leven.

Landbouw en voeding

  • Onder andere voldoende budget van het landbouwbeleid voorzien voor maatregelen voor klimaat en milieu, stel doeltreffende mechanismen voor evaluatie en monitoring in, die tonen hoe de maatregelen uit het GLB het bereiken van milieudoelstellingen mogelijk maken, en maak subsidies afhankelijk van de verwezenlijking van concrete positieve resultaten voor klimaat en milieu.
  • De veestapel afbouwen met 50% tegen 2050. Hiervoor een strategisch plan opstellen waarin deze afbouw op een sociaal en economisch verantwoorde manier wordt uitgewerkt.
  • Voor een breed gedragen coherent voedingsbeleid zorgen. Hierin worden beleidsacties in de domeinen landbouw, innovatie, welzijn en leefmilieu op elkaar afgestemd. Dergelijk voedingsbeleid heeft als uitgangspunt dat duurzame en gezonde voeding voor iedereen toegankelijk is. In dat kader de promotie van vlees door de overheid stoppen. Eerst gezonde, lokale, seizoensgebonden, biologische en hoofdzakelijk vegetarische voeding promoten, en nadien veralgemenen.
  • Inzetten op agro-ecologische landbouwpraktijken. Dit zorgt ervoor dat lokale, seizoensgebonden en biologische voeding breed beschikbaar wordt. Hiervoor inzetten op kennisdeling van de landbouwers en de financiële steun verhogen voor adviesdiensten die boeren assisteren in de transitie naar meer agro-ecologische landbouwpraktijken. Voor meer informatie over de agro-ecologische principes: https://www.oxfamsol.be/fr/scaling-agroecological-approaches-what-why-an...

Natuur en biodiversiteit

  • Van de natuur een bondgenoot maken in de strijd tegen klimaatverandering én het temperen van de impact ervan door te investeren in natuurgebieden en blauwgroene netwerken als klimaatbuffer, het voeren van een actief onthardingsbeleid en de invoering van een daadkrachtige betonstop.
  • Erkennen dat de strijd tegen het verlies van biodiversiteit een belangrijke hefboom is om de klimaatverandering te stoppen en de opwarming te beperken tot minder dan 1,5ºC. In de regionale en nationale klimaatplannen expliciet verwijzen naar de doelstellingen van het Biodiversiteitsverdrag (CDB) en de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s).

 

3. Complementaire analyses om dieper te gaan

Noord Zuid en biobrandstoffen - Oxfam Solidariteit

Beleidsaanbevelingen voor Klimaatplan 2030 - BBL

Plan Energie Climat 2030: à vous de jouer! - IEW

Verkiezingsmemorandum 2019 van de Klimaatcoalitie